Ga naar de inhoud

Verslag 12th Open and User Innovation Workshop - Harvard Business School Boston

12th Open and User Innovation Workshop
De twaalfde Open and User Innovation Workshop vond dit jaar plaats in de Harvard Business School van 28 tot 30 juli. Dit is een jaarlijkse hoogmis van alle onderzoekers wereldwijd die (meer of minder onder leiding van MIT professor Eric von Hippel ) onderzoek uitvoeren op het vlak van user innovation, lead users, crowdsourcing, innovation diffusion, user communities, open innovation, etc. Dit is een academische conferentie en de groep die rond deze thematiek werkt is sterk met elkaar verbonden. Dus was er zoals vaak op dergelijke conferenties een soort academische incest aanwezig met het oneindig citeren van elkaars papers of verwijzen naar elkaars onderzoek. Gelukkig sloopte de groep zelf de muren en presenteerden de deelnemers op deze bijeenkomst nieuwe, interessante inzichten en resultaten uit andere onderzoeksvelden en domeinen. Dat maakte de conferentie bijzonder waardevol om nieuwe inzichten te verwerven.

De uitdagingen
Het begon ook met duidelijke uitdagingen waarmee het veld van open and user innovation wordt geconfronteerd. En dat zijn:
• Hoe kunnen wij (bedrijven, organisaties, overheid, profit en non-profit) user innovation meer strategisch betrekken in het innovatieproces?
• Hoe ontwikkelen wij meer duurzame innovaties hierdoor?
• Wat zijn de reële mogelijkheden van meer cocreatie met users zoals crowdsourcing, wedstrijden, etc.?

Presentatie KULeuven & Flanders Inshape
Dit jaar hebben wij in een korte ‘talk’ de eerste resultaten van ons onderzoeksproject voorgesteld. Systematic Lead User Identification: Industrial Case Study Framework is een gemeenschappelijk project van KULeuven en Flanders Inshape. Deze resultaten werden bijzonder goed onthaald, ook door prof. von Hippel omdat volgens hem de volgende uitdaging waarmee user innovation wordt geconfronteerd is: 'Do we strive to solve the right problem?' En dat is juist wat wij o.a. met ons project beogen. Wij zoeken eerst de nood en pas daarna de oplossing en niet vice versa wat vaak het geval is.

Wat onthouden we van deze workshop?
Er waren uiteraard andere interessante papers. Als je interesse hebt om abstracts te ontvangen, laat het mij a.u.b. weten (maka@flandersinshape.be).

Hierbij een algemene indruk en de belangrijkste punten:
Gebruikers (users) innoveren. In alle sectoren in alle landen. Dit is een feit. Hierover wordt niet meer gediscuteerd. Onderzoek dat vorige jaren reeds is uitgevoerd toont dit heel duidelijk aan.
Bv. Paper: The role of the user in innovation - Results from the Finnish Community Innovation Survey (CIS 2010) and Survey of Finnish consumers, Jari Kuusisto, Mervi Niemi
The survey results show that 5.4 percent of Finnish consumers between 18 to 65 years old had engaged in innovation for personal need during the past three years 2009-2012. With a population of 3,197,037 citizens aged 18 to 65, the estimated total number of consumer innovators in the Finnish population is around 172,640 individuals. Among innovators 47% make use of user modifications, 30% make use of user developed products. 50% of service and 57% of manufacturing firms in Finland are engaged in innovation activities. Only 18% of innovations diffuse for the benefit of the wider population.
Opmerkelijk: user innovation is verankerd in de Innovation Policy van Finland!

De uitdaging is de diffusie van de user innovations. Waarom en hoe brengen de gebruikers deze innovaties naar buiten?
Bv. Paper: Diffusion as a Validation Process: Learning from Patient Innovators, Tomas Fidelis, Leid Zejnilovic, Pedro Oliveira
Binnen dit onderzoek werd geprobeerd patronen te vinden hoe en waarom de user (patient) innovators hun ideeën en ervaringen delen met andere patiënten, artsen, bedrijven etc. De conclusie is dat verschillende aspecten een rol spelen. Het soort ziekte heeft bijvoorbeeld invloed of de patiënten hun innovaties delen. Bij chronische ziektes is dat meer het geval dan bij andere ziektes. Patiënt innovators krijgen veel feedback van andere patiënten en andere betrokken personen, maar amper van de artsen. De artsen blijken het meest ongeïnteresseerde publiek. Maar feedback is belangrijk omdat de bereidheid om verder te gaan met de innovatie sterk afhangt van de kwaliteit van de feedback. Voor de bedrijven is het belangrijk om dergelijke ideeën op de voet op te volgen, omdat de kwaliteit van deze innovaties zal stijgen naargelang de patient innovators het gevoel hebben dat hun ideeën worden geapprecieerd.

• Het NIH (Not Invented Here)-syndroom blijft belangrijk en vormt een grote hindernis bij de interactie tussen het bedrijf en user innovators.
Bv. Opening the Black Box of "Not-Invented-Here": Attitudes, Decision Biases, and Behavioral Consequences, David Antons, Frank T. Piller.
The Not-Invented-Here (NIH) syndrome describes a negative attitude towards knowledge (ideas, technologies) derived from an external source like e.g. users and customers. NIH potentially is one of the most cited constructs in the literature on knowledge transfer as well as innovation, and also is a common phrase in management practice. Previous research, however, exhibits an abundance of different conceptualizations of NIH, and no clear understanding of its antecedents, underlying attitudes, and behavioral consequences. Building on recent research in psychology, an extensive review of the management literature on NIH, and a review of empirical studies focused on NIH, this paper contributes to a better understanding of NIH.

Ik laat het in het midden of de paper nu een duidelijk zicht geeft op NIH, maar het is een feit dat vooral bij de grote ondernemingen met een gelaagde managementstructuur NIH een grote hindernis vormt voor innovaties. Het topmanagement van een dergelijke organisatie moet leren de ideeën buiten de onderneming te zoeken en te implementeren. Er bestaan verschillende manieren om dit te doen.

Crowdsourcing wordt gezien als één van de belangrijkste technieken om oplossingen te vinden. De term zelf is nieuw, pas in 2006 heeft  Jeff Howe het geïntroduceerd in een Wired Magazine artikel.
De kwaliteit van de ideeën die via crowdsourcing komen is zeker even goed als de kwaliteit van interne innovaties, maar het aantal ideeën is significant hoger en daarom dus ook bijzonder interessant voor de ondernemingen. Dit zijn duurzame oplossingen omdat ze misschien geen picks hebben maar wel in tijd constant blijven. In een plenaire presentatie gaf Karim Lakhani (HBS) het voorbeeld van een crowdsourcing project waarbij de kwaliteit van de ideeën van de lead users (groene bollen) werd vergeleken met de kwaliteit van de ideeën van een intern expert( gele bol) en een extern expert (rode bol), zie beeld hieronder.
Het is duidelijk dat ook een interne expert met zeer goede innovatie kan komen, maar lead users betrokken via crowdsourcing gaven veel meer innovaties op hetzelfde niveau van een intern expert. De kans dat onder dit aantal ook een doorbrak innovatie is, is veel groter dan in het geval van een goed idee van een intern expert.

Er waren 4 tracks met meer dan 28 papers alleen over het thema Crowdsourcing.
Conclusie is: doen! Je gaat als bedrijf altijd waardevolle input krijgen. Je moet je wel aan een aantal regels houden: concrete vraagstelling, beloningssysteem, openheid (echte openheid!).

Nog een interessante paper over Crowdsourcing:
Does God play dice - Randomness vs. deterministic explanations of crowdsourcing success. Dilan Aksoy-Yurdagul
Kort samengevat: voor Crowdsourcing is het eigenlijk beter om random de deelnemers te kiezen dan ze zorgvuldig te selecteren omdat het resultaat met random users/innovators significant beter is, dan met user innovators die op basis van diverse karakteristieken werden gekozen.

• Veel voorbeelden over Patient innovation. Zeer interessant onderzoek dat doorgaat in Catolica Lisbon – School of business and economics.

Andere belangrijke observaties:
• Onderzoekers zouden moeten leren te presenteren. Soms was het eigenlijk bijzonder moeilijk om in hun verhaal een duidelijk punt te detecteren. Het probleem had vaak weinig tot niets te maken met de oplossing.
• Zo goed als alle onderzoeksprojecten zijn kwantitatief. Een multivariate en regression analysis is dus niet ver weg. Kwalitatief onderzoek is in deze middens nog niet echt ontdekt.


Maka De Lameillieure